ECLI:NL:GHAMS:2019:4951
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor bezit van hasjblokken
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde bezit van hasj. De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 91 gram hasj in een auto te Zaandam.
Tijdens het onderzoek werden twee grote brokken aangetroffen die door verbalisanten werden herkend aan geur, kleur en vorm als hasjblokken. Echter ontbrak een indicatieve test of laboratoriumonderzoek om de aard van de stof met voldoende zekerheid vast te stellen. De verklaringen van politie en verdachte boden onvoldoende bewijs om buiten redelijke twijfel te concluderen dat het om hasj ging.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van een indicatieve test en het ontbreken van overtuigend bewijs betekende dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak het hof de verdachte vrij. Tevens wees het hof de vordering van het openbaar ministerie tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke jeugddetentie af, omdat de vrijspraak de tenuitvoerlegging overbodig maakte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de aangetroffen stof hasj betrof.