ECLI:NL:GHAMS:2019:4951

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 november 2019
Publicatiedatum
31 maart 2020
Zaaknummer
23-004424-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetArt. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor bezit van hasjblokken

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde bezit van hasj. De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 91 gram hasj in een auto te Zaandam.

Tijdens het onderzoek werden twee grote brokken aangetroffen die door verbalisanten werden herkend aan geur, kleur en vorm als hasjblokken. Echter ontbrak een indicatieve test of laboratoriumonderzoek om de aard van de stof met voldoende zekerheid vast te stellen. De verklaringen van politie en verdachte boden onvoldoende bewijs om buiten redelijke twijfel te concluderen dat het om hasj ging.

Het hof oordeelde dat het ontbreken van een indicatieve test en het ontbreken van overtuigend bewijs betekende dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak het hof de verdachte vrij. Tevens wees het hof de vordering van het openbaar ministerie tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke jeugddetentie af, omdat de vrijspraak de tenuitvoerlegging overbodig maakte.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de aangetroffen stof hasj betrof.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004424-18
datum uitspraak: 18 november 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 november 2018 in de strafzaak onder de parketnummers 15-189184-18 en 15-800541-16 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in HvB Ooyerhoekseweg - Zutphen te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 november 2019.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 augustus 2018 te Zaandam, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 91 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vrijspraak

Uit het dossier blijkt dat in een auto twee grote brokken worden aangetroffen. Een verbalisant ruikt ter plekke aan de brokken en zegt de hem ambtshalve bekende geur van hennep te ruiken. Een rechercheur die later de blokken bekijkt zegt deze aan de vorm, kleur, geur en ‘hoe het aanvoelde’ te herkennen ‘als zijnde hasjblokken’.
Volgens de politie heeft de verdachte verklaard dat het aangetroffene hasj betreft. Uit die verklaring blijkt niet dat de verdachte van de aangetroffen brokken heeft gebruikt.
Voor een juridisch toereikende vaststelling van de aard van een aangetroffen middel is niet onder alle omstandigheden een laboratoriumtest vereist en kan een indicatieve test, samen met voldoende ondersteunend en betekenisvol bewijs, leiden tot die vaststelling.
Het hof stelt vast dat in dit geval zelfs een indicatieve test ontbreekt. Hetgeen de verbalisanten en de verdachte hebben verklaard maakt niet dat met voldoende zekerheid, voorbij redelijke twijfel, kan worden vastgesteld dat het hier hasjiesj betrof.
Dit brengt met zich dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 24 mei 2017 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 50 dagen. De vordering is door de politierechter in eerste aanleg toegewezen en is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd de toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging voor de duur van 50 dagen te bevestigen.
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Holland van 28 september 2018, strekkende tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 24 mei 2017, parketnummer 15-800541-16, voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 50 dagen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. F.A. Hartsuiker en mr. F. Sieders, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Trel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 november 2019.
Mr. F. Sieders is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
========================================================================
[…]