Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Vonnis waarvan beroep
Voorwaardelijk verzoek
Oplegging van straf
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) weken.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 5 februari 2018. De verdachte was primair en subsidiair beschuldigd van bedreiging met zware mishandeling. De rechtbank sprak verdachte vrij van de primaire en subsidiaire tenlasteleggingen onder punt 1, maar veroordeelde hem voor het subsidiaire feit onder punt 2 tot een gevangenisstraf van één maand.
In hoger beroep heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard voor zover het hoger beroep gericht was tegen de vrijspraak onder punt 1, omdat dat volgens artikel 404 lid 5 Sv Pro niet mogelijk is. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, behalve ten aanzien van de strafoplegging, die het vernietigde en opnieuw bepaalde.
De verdachte had tijdens een achtervolging met hoge snelheid een schroevendraaier uit het raam van een rijdende auto gegooid in de richting van een politieauto, waardoor de verbalisanten angst kregen en de verkeersveiligheid in gevaar werd gebracht. Het hof oordeelde dat dit een ernstig feit is, mede gelet op eerdere veroordelingen van verdachte. Het verzoek om een voorwaardelijke straf werd afgewezen. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn werd de straf verminderd tot drie weken gevangenisstraf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken wegens bedreiging met zware mishandeling.