ECLI:NL:GHAMS:2019:5069
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.M.D. Aardema
- W.M.C. Tilleman
- M.M. van der Nat
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard wegens onzekerheid toepassing artikel 197 Sr
In deze strafzaak is verdachte ten laste gelegd dat hij als vreemdeling in Nederland verbleef terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard, in strijd met artikel 197 Wetboek Pro van Strafrecht (oud).
Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. Dit vanwege de aanhoudende onzekerheid over de toepassing van artikel 197 Sr Pro en het uitblijven van een spoedige prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die essentieel is voor de beoordeling van deze zaak.
Daarnaast is het feit dat sinds het tenlastegelegde langere tijd is verstreken en het strafbare feit van relatief geringe ernst is, meegewogen. Het openbaar ministerie acht voortzetting van de vervolging niet langer redelijk of zinvol, een standpunt dat door de verdediging is onderschreven.
Het hof acht daarom het belang van voortzetting van de strafvervolging onvoldoende en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 7 juni 2019.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens onzekerheid over de toepassing van artikel 197 Sr.