ECLI:NL:GHAMS:2019:5177
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.M. van Amsterdam
- J.D.L. Nuis
- J.W.H.G. Loyson
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vermindering ontnemingsmaatregel wegens reeds in mindering gebrachte waarde hennep
De veroordeelde heeft bij het Gerechtshof Amsterdam een verzoek ingediend tot matiging van de ontnemingsmaatregel van €177.266,52 die onherroepelijk is geworden. Het verzoek betrof het in mindering brengen van de aanschafwaarde van inbeslaggenomen en vernietigde hennep, waarvan de raadsman stelde dat deze waarde niet was verrekend.
Het hof stelde vast dat na verrekening van de waarde van de goederen waarop conservatoir beslag was gelegd, nog een bedrag van €166.164,65 resteerde. Tijdens de raadkamerzitting op 7 augustus 2019 werden de verzoeker, zijn advocaat en de advocaat-generaal gehoord. De advocaat-generaal adviseerde tot afwijzing van het verzoek.
Het hof overwoog dat artikel 577b, derde lid, Sv alleen vermindering of kwijtschelding toestaat wanneer het vastgestelde bedrag hoger is dan het werkelijke voordeel en dat het verzoek gebaseerd moet zijn op nieuwe feiten en omstandigheden die de ontnemingsrechter niet bekend waren. In deze zaak waren de feiten en omstandigheden wel bekend, waaronder de waarde van de hennep die al was meegenomen in de berekening.
Daarom oordeelde het hof dat het verzoek niet tot vermindering kon leiden en wees het af. De beschikking werd uitgesproken op 21 augustus 2019 door drie raadsheren, waarbij één raadsheer niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Het verzoek tot vermindering van de ontnemingsmaatregel wordt afgewezen omdat de waarde van de inbeslaggenomen hennep reeds is verrekend.