Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
€ 524,-. Voorts geldt dat geen van partijen heeft gegriefd tegen het uitgangspunt dat het totale bedrag van € 3.000,- werd gebruikt voor de kosten van de huishouding. Ervan uitgaand dat de man 48,54% van dit bedrag diende bij te dragen, bedroeg zijn bijdrageplicht € 1.452,- en heeft hij maandelijks € 48,- teveel bijgedragen. Over 18 maanden betreft het een bedrag van € 864,-. Het hof zal de vrouw veroordelen tot betaling van dit bedrag.
6.De beslissing
pro formawordt aangehouden tot
zondag 23 juni 2019, met het verzoek aan partijen om uiterlijk twee weken voor voormelde datum schriftelijk te rapporteren over het verloop van het traject Ouderschap Blijft en de gewenste voortzetting van de procedure, alsmede om uiterlijk twee weken voor voormelde datum de volgende gegevens over te leggen:
kindgebondenbudget;
mr. T.A.M. Tijhuis in tegenwoordigheid van mr. H. Sapir als griffier en is op 19 februari 2019 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.