ECLI:NL:GHAMS:2019:690
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.D.R.M. Boumans
- P. Greve
- P.C. Römer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot kwijtschelding of vermindering ontnemingsvordering wegens onvoldoende onderbouwing vermogenspositie
De veroordeelde is bij een onherroepelijk arrest uit 2003 verplicht tot betaling van €40.840,20 aan de Staat wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij meerdere eerdere verzoeken tot kwijtschelding of vermindering van deze betalingsverplichting werd afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van betalingsonmacht.
In november 2018 diende de veroordeelde opnieuw een verzoek in op grond van artikel 577b, tweede lid, Sv, waarin hij stelde dat zijn financiële en psychische situatie en leeftijd een vermindering of kwijtschelding rechtvaardigen. Hoewel hij stukken over zijn legale inkomsten overlegde, onderbouwde hij zijn vermogenspositie onvoldoende, met name met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen vermogen en mogelijke vermogensbestanddelen.
Het CJIB gaf aan dat sinds 2006 geen betalingen zijn ontvangen ondanks meerdere betalingsvoorstellen en regelingen. Tevens is de veroordeelde betrokken bij een nieuwe strafzaak met een ontnemingsmaatregel. Het hof concludeert dat geen gronden aanwezig zijn om de betalingsverplichting te matigen of kwijt te schelden en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de vermogenspositie.