ECLI:NL:GHAMS:2019:754
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- A.D.R.M. Boumans
- S. Clement
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens valsheid in geschrifte bankbiljetten
In deze zaak stond de veroordeelde terecht voor het als echt en onvervalst uitgeven, zich verschaffen, in voorraad hebben of vervoeren van bankbiljetten waarvan de valsheid hem bekend was. De rechtbank Noord-Holland veroordeelde hem hiervoor en legde een ontnemingsvordering op van €25.564,91, later door het openbaar ministerie verhoogd tot €28.636,43.
De veroordeelde stelde hoger beroep in tegen zowel de strafvonnis als de ontnemingsvordering. Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep op 17 december 2018 en 18 januari 2019. Na zorgvuldige bestudering van de stukken en de pleidooien bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank.
Het hof onderschreef de bewezenverklaring en de opgelegde ontnemingsmaatregel, zonder dat de veroordeelde nieuwe verweren aanvoerde die tot een andere uitkomst konden leiden. Hiermee blijft de verplichting tot betaling van het ontnomen voordeel aan de Staat gehandhaafd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij de rechters A.M. van Amsterdam, A.D.R.M. Boumans en S. Clement zitting hadden.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling en de ontnemingsvordering van €28.636,43 aan de Staat.