ECLI:NL:GHAMS:2019:768
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsovereenkomst na stage en toewijzing loonvordering
De zaak betreft een geschil over de rechtsverhouding tussen [geïntimeerde] en Amborio na afloop van een stageperiode. [geïntimeerde] liep van september 2014 tot februari 2015 stage bij Amborio en stelde dat daarna een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Amborio betwistte dit en stelde dat betalingen na de stage onkostenvergoedingen betroffen.
De kantonrechter stelde vast dat er vanaf 1 maart 2015 een arbeidsovereenkomst bestond voor 24 uur per week tegen € 800 netto per maand, mede gebaseerd op een getuigenverklaring en betalingen door Amborio. Het hof bevestigde dit oordeel, oordeelde dat Amborio onvoldoende bewijs leverde tegen de arbeidsovereenkomst en dat de betalingen niet als onkostenvergoeding konden worden aangemerkt.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Amborio tot betaling van het achterstallige salaris en proceskosten. De grieven van Amborio werden verworpen omdat zij onvoldoende gemotiveerd waren en het bewijs van [geïntimeerde] overtuigend was. Het arrest werd uitgesproken op 5 maart 2019.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat een arbeidsovereenkomst bestaat en veroordeelt Amborio tot betaling van achterstallig salaris en proceskosten.