Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Vordering van het openbaar ministerie
Vrijspraak
BESLISSING
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter Noord-Holland inzake bedreiging met een mes op 22 december 2016 te Nieuw-Vennep. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij dreigend een mes naast het linkerbeen van het slachtoffer hield en daarbij bedreigende woorden uitsprak.
Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting bleek dat verdachte al fietsend een deels uitgeklapt mes naast het bovenbeen van het slachtoffer hield en een gesprek voerde. Hoewel verdachte zich onaangenaam en uitdagend uitliet, vond het hof onvoldoende bewijs voor de specifieke bedreigende woorden die in de tenlastelegging stonden.
Het hof oordeelde dat de gedragingen van verdachte wel angst bij het slachtoffer konden veroorzaken, maar niet zodanig waren dat de benadeelde in redelijkheid vrees kon hebben voor zijn leven of zwaar lichamelijk letsel. Ook was niet vastgesteld dat het opzet van verdachte op die bedreiging gericht was. Daarom sprak het hof verdachte vrij van bedreiging.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd verklaard. Het hof vernietigde het vonnis van de kinderrechter en deed opnieuw recht met vrijspraak en niet-ontvankelijkheid in de schadevordering. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging met een mes wegens ontbreken van opzet en reële vrees bij het slachtoffer.