Uitspraak
Team III (familie- en jeugdrecht)
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep in een kort geding over een omgangsregeling tussen grootouders en hun kleinkind, na het overlijden van de moeder van het kind en het beëindigen van het contact door de vader.
De grootouders hadden vier keer per jaar bezoek en regelmatig telefonisch contact met het kleinkind, maar sinds augustus 2017 is het contact door de vader stopgezet. De voorzieningenrechter had een omgangsregeling vastgesteld, maar de vader ging hiertegen in hoger beroep en betwistte onder meer het spoedeisend belang en de nauwe persoonlijke betrekking.
Het hof oordeelt dat er wel sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking en dat het spoedeisend belang aanwezig is. Echter, gezien de verstoorde relatie tussen partijen en de mogelijke negatieve gevolgen voor het kind, vernietigt het hof de omgangsregeling en stelt een nieuwe regeling vast waarbij de grootouders eenmaal per maand telefonisch contact mogen hebben, naast contact op bijzondere dagen. Het hof benadrukt het belang van het voorkomen van volledige verbroken banden en het stimuleren van onbelast contact.
Uitkomst: Het hof vernietigt de omgangsregeling en stelt een nieuwe telefonische contactregeling vast met eenmaal per maand contact.