In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigd wat betreft de bewezenverklaring van doodslag en brandstichting, maar de opgelegde gevangenisstraf vernietigd en gewijzigd in een gevangenisstraf van 14 jaar.
De verdachte had het slachtoffer, die hem onderdak bood, ernstig mishandeld met een fles en daarna herhaaldelijk geschopt en geslagen, wat leidde tot de dood van het slachtoffer. Daarnaast stichtte de verdachte brand in de woning van het slachtoffer om sporen te wissen, waardoor ook schade en ontruiming van het appartementencomplex ontstond.
De verdediging voerde een beroep op noodweer en noodweerexces aan, waarbij werd gesteld dat de verdachte impulsief handelde door een heftige gemoedsbeweging veroorzaakt door een aanranding. Het hof verwierp dit beroep omdat de wederrechtelijke aanranding was beëindigd en de reactie van de verdachte buitensporig was.
De ernst van het misdrijf en de omstandigheden waaronder het is gepleegd, waaronder het ontnemen van het recht op leven en het veroorzaken van bijkomende schade door brandstichting, leidden tot de oplegging van een langdurige vrijheidsstraf. De tijd van voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf.