ECLI:NL:GHAMS:2019:955

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 maart 2019
Publicatiedatum
22 maart 2019
Zaaknummer
23-000670-18
Type
Uitspraak
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 48 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis wegens nietigheid onderzoek eerste aanleg door schending artikel 48 Sv

In hoger beroep is het vonnis van de politierechter van 12 februari 2018 vernietigd omdat het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg nietig is verklaard. De nietigheid vloeit voort uit het feit dat de raadsvrouw van de verdachte niet tijdig een afschrift van de inleidende dagvaarding heeft ontvangen, zoals vereist is op grond van artikel 48 Sv Pro.

De verdachte werd op 8 februari 2018 bijgestaan door een raadsvrouw, waarvan de justitiële autoriteiten op de hoogte waren. Desondanks werd de raadsvrouw niet geïnformeerd over de zitting van 12 februari 2018, waardoor zij niet verscheen. De politierechter behandelde de zaak bij verstek, wat onrechtmatig was omdat de verdediging niet adequaat kon worden gevoerd.

Het hof oordeelt dat de politierechter niet zonder meer buiten aanwezigheid van de raadsvrouw had mogen overgaan tot inhoudelijke behandeling van de zaak. Dit leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 6 maart 2019.

Uitkomst: Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd wegens nietigheid van het onderzoek in eerste aanleg en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000670-18
datum uitspraak: 6 maart 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer
13-701229-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Ter Apel te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
6 maart 2019.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 07 februari 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee of meer blikjes bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel], vestiging [plek], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg zal beslissen.

Rechtmatigheid onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg

De raadsman heeft een beroep gedaan op de nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en verzocht de zaak terug te wijzen naar de rechtbank Amsterdam, teneinde de zaak opnieuw te behandelen en af te doen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de politierechter niet aan de behandeling van de zaak had mogen toekomen, omdat is nagelaten aan de (toenmalige) raadsvrouw van de verdachte een afschrift van de inleidende dagvaarding te zenden, hetgeen op grond van het bepaalde in artikel 48 Sv Pro is vereist. De raadsvrouw is als gevolg hiervan niet ter terechtzitting verschenen.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt vast dat uit het proces-verbaal van verhoor van de verdachte tot inbewaringstelling van
8 februari 2018 blijkt dat de verdachte toen werd bijgestaan door de raadsvrouw mr. [naam]. De justitiële autoriteiten waren daarvan dus op de hoogte. Ingevolge het bepaalde in artikel 48 Sv Pro had de raadsvrouw op de hoogte moeten worden gesteld van de terechtzitting in eerste aanleg van 12 februari 2018. Dit is nagelaten en de raadsvrouw is niet op de terechtzitting verschenen. De verdachte is evenmin verschenen. Het vonnis van de politierechter is bij verstek gewezen.
Bij gebreke van enige aanwijzing dat de raadsvrouw op andere wijze op de hoogte was van de zitting moet worden aangenomen dat het gebrek in de oproeping de reden is dat zij niet is verschenen. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden had de politierechter niet zonder meer buiten aanwezigheid van de raadsvrouw van de verdachte mogen overgaan tot de inhoudelijke behandeling van de zaak. Dit leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Nu de raadsvrouw een kernrol vervult bij het onderzoek ter terechtzitting, zal het hof het vonnis van de politierechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank Amsterdam.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 februari 2018 onder parketnummer 13-701229-18.
Verklaart het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg nietig.
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. P.C. Römer en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van
mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 maart 2019.
mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.