ECLI:NL:GHAMS:2019:955
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis wegens nietigheid onderzoek eerste aanleg door schending artikel 48 Sv
In hoger beroep is het vonnis van de politierechter van 12 februari 2018 vernietigd omdat het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg nietig is verklaard. De nietigheid vloeit voort uit het feit dat de raadsvrouw van de verdachte niet tijdig een afschrift van de inleidende dagvaarding heeft ontvangen, zoals vereist is op grond van artikel 48 Sv Pro.
De verdachte werd op 8 februari 2018 bijgestaan door een raadsvrouw, waarvan de justitiële autoriteiten op de hoogte waren. Desondanks werd de raadsvrouw niet geïnformeerd over de zitting van 12 februari 2018, waardoor zij niet verscheen. De politierechter behandelde de zaak bij verstek, wat onrechtmatig was omdat de verdediging niet adequaat kon worden gevoerd.
Het hof oordeelt dat de politierechter niet zonder meer buiten aanwezigheid van de raadsvrouw had mogen overgaan tot inhoudelijke behandeling van de zaak. Dit leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 6 maart 2019.
Uitkomst: Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd wegens nietigheid van het onderzoek in eerste aanleg en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.