ECLI:NL:GHAMS:2019:956

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 maart 2019
Publicatiedatum
22 maart 2019
Zaaknummer
23-001331-18
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 310 SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis winkeldiefstal met voorwaardelijke gevangenisstraf wegens persoonlijke omstandigheden

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin de verdachte was veroordeeld voor winkeldiefstal. De politierechter legde een gevangenisstraf van 10 dagen op. De advocaat-generaal vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 dagen met een proeftijd van 2 jaar en een meldplicht bij de reclassering.

Tijdens de zitting in hoger beroep schetste de verdachte zijn persoonlijke situatie, waaronder het faillissement van zijn confectiebedrijf, een grote schuldenlast en een verslaving aan heroïne en cocaïne. Sinds 11 december 2018 verblijft hij in een afkickkliniek om zijn verslaving te bestrijden. Het hof waardeert zijn inzet en acht het in het belang van verdachte en samenleving om het traject niet te verstoren met een onvoorwaardelijke straf.

Het hof vernietigt het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 dagen op met een proeftijd van 2 jaar. De bijzondere voorwaarde van meldplicht wordt niet opgelegd omdat de verdachte reeds onder reclasseringstoezicht staat. Voor het overige bevestigt het hof het vonnis van de politierechter.

Uitkomst: Voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 dagen met een proeftijd van 2 jaar opgelegd aan verdachte wegens winkeldiefstal.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001331-18
datum uitspraak: 20 maart 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer
13-018799-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1971,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 maart 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde straf – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 dagen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 dagen, met een proeftijd voor de duur van
2 jaren en waarbij als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering wordt gesteld.
De raadsman heeft het hof verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en aan te sluiten bij de eis van de advocaat-generaal.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij is in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Aldus heeft de verdachte een gebrek aan respect voor andermans eigendom aan de dag gelegd. Winkeldiefstallen veroorzaken, naast schade, vaak veel hinder voor de gedupeerde bedrijven en overlast voor het winkelend publiek.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 februari 2019 is hij eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt. Tegen die achtergrond is de staf die door de politierechter is opgelegd niet ongerechtvaardigd. Toch zal het hof een andere straf opleggen, om reden van het volgende.
De verdachte heeft ter zitting in hoger beroep zijn geschiedenis in vogelvlucht geschetst. Hij was eigenaar van een confectiebedrijf met een groot aantal werknemers, totdat het bedrijf failliet is verklaard. Hij heeft een grote schuldenlast en is verslaafd geraakt aan heroïne en cocaïne. Met hulp van de reclassering probeert hij deze neerwaartse spiraal te doorbreken door zich vanaf 11 december 2018 te hebben laten opnemen in De Wending, een afkickkliniek in Ugchelen. Hij zal daar verblijven tot 4 september 2019. Het hof vindt het positief dat de verdachte actief en bewust aan zijn verslaving werkt en zijn ‘ups’ en ‘downs’ daarin open ter zitting bespreekt. Hoewel aan de advocaat-generaal kan worden toegegeven dat het ingezette traject nog enigszins breekbaar oogt, is het hof van oordeel dat de verdachte een kans verdient. Het hof acht het in het belang van zowel de verdachte als de samenleving dat het ingezette traject niet wordt doorkruist door oplegging van een straf, die zou meebrengen dat de verdachte opnieuw gedetineerd raakt. Het hof ziet derhalve aanleiding de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 dagen op te leggen en daarbij een proeftijd voor de duur van 2 jaren vast te stellen. Daarbij zal niet de bijzondere voorwaarde worden gesteld die de advocaat-generaal voorstaat, omdat de verdachte reeds in een andere strafzaak onder reclasseringstoezicht staat.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) dagen.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. W.M.C. Tilleman en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van
mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 maart 2019.
mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]