ECLI:NL:GHAMS:2019:961
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf van één week in hoger beroep
In deze strafzaak is verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één week. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Tijdens de behandeling in hoger beroep heeft de advocaat-generaal een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaar gevorderd, mede rekening houdend met een eerdere langdurige gevangenisstraf die de verdachte op 11 oktober 2018 opgelegd heeft gekregen.
De raadsvrouw van verdachte heeft eveneens gepleit voor het opleggen van geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf in deze zaak. Het hof heeft echter geen aanleiding gezien om af te wijken van het vonnis van de politierechter. Het hof overweegt dat het strafmaximum volgens artikel 63 Sr Pro niet wordt overschreden en dat er geen omstandigheden zijn die een andere straf dan de opgelegde gevangenisstraf van één week rechtvaardigen.
Daarom bevestigt het hof het vonnis van de politierechter. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 20 maart 2019. Eén van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één week opgelegd door de politierechter.