Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2019:961

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 maart 2019
Publicatiedatum
22 maart 2019
Zaaknummer
23-000102-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf van één week in hoger beroep

In deze strafzaak is verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één week. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Tijdens de behandeling in hoger beroep heeft de advocaat-generaal een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaar gevorderd, mede rekening houdend met een eerdere langdurige gevangenisstraf die de verdachte op 11 oktober 2018 opgelegd heeft gekregen.

De raadsvrouw van verdachte heeft eveneens gepleit voor het opleggen van geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf in deze zaak. Het hof heeft echter geen aanleiding gezien om af te wijken van het vonnis van de politierechter. Het hof overweegt dat het strafmaximum volgens artikel 63 Sr Pro niet wordt overschreden en dat er geen omstandigheden zijn die een andere straf dan de opgelegde gevangenisstraf van één week rechtvaardigen.

Daarom bevestigt het hof het vonnis van de politierechter. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 20 maart 2019. Eén van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één week opgelegd door de politierechter.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000102-18
datum uitspraak: 20 maart 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer
13-703118-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1985,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
6 maart 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis, waarbij de verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week, is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week, met een proeftijd voor de duur van
2 jaren. Daarbij heeft hij er rekening mee gehouden dat de rechtbank Amsterdam hem bij vonnis van 11 oktober 2018 door tot een jarenlange gevangenisstraf heeft veroordeeld. De raadsvrouw heeft op dezelfde grond bepleit dat aan de verdachte in de voorliggende zaak geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf meer zou moeten worden opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak ter terechtzitting in hoger beroep, noch de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 februari 2019, noch het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) heeft het hof gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, zodat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Hieruit spreekt dat het hof het standpunt van de advocaat-generaal en de raadsvrouw, dat in verband met het vonnis van 11 oktober 2018 aan de verdachte thans geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf meer moet worden opgelegd, niet deelt. Het strafmaximum dat ingevolge artikel 63 Sr Pro in ogenschouw dient te worden genomen wordt immers niet overschreden. Het hof ziet ook overigens geen omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat de oplegging van een andere straf dan de, bij relevante recidive niet ongebruikelijke, in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf voor de duur van een week aangewezen is.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het voorgaande.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. J.J.I. de Jong en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van
mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 maart 2019.
mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]