Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
op alle gelden, geldswaarden, en/of roerende zaken en vorderingen, die de derdebeslagene onder zich heeft en/of uit een reeds nu bestaande rechtsverhouding zal of mocht verkrijgen, onder zijn of haar berusting heeft en/of mocht krijgen ten behoeve van [appellant] ’, zulks ter verzekering van en om betaling te verkrijgen van de bij het verstekvonnis aan [geïntimeerde] toegewezen bedragen. Dit beslag heeft geen resultaat gehad wegens het niet (langer) bestaan van een rechtsverhouding tussen ABN AMRO Bank N.V. en [appellant] .
deb belt, heel verhaal, klient zou zijn oom zijn, die probeert de hele familie te belazeren (…) hem gewezen op de uitspraak, client heeft ons verzocht vonnis ten uitvoer te leggen, hij zal advocaat raadplegen, gezegd dat wij zijn reactie binnen 1 week verwachten.”
Tot mij heeft zich gewend de heer [appellant] wonende te [adres] . Hij gaf mij aan dat hij recent een schrijven van u zou hebben ontvangen waarin hem is aangegeven een bedrag te moeten betalen aan de heer [geïntimeerde] . De heer [appellant] gaf mij aan dat hij nooit een dagvaarding en evenmin een vonnis heeft mogen ontvangen. Voor zover er een procedure in deze zaak is gevoerd ontvang ik graag een afschrift van de betekende dagvaarding alsmede van het vonnis.”
Naar aanleiding van uw e-mail treft u in de bijlagen aan de dagvaarding, het gewezen vonnis en het exploot van betekening en bevel.’ (...).
Voor die brief verwijzen wij u naar uw cliënt. Deze brief wordt ter plekke ingevuld en achtergelaten. Hiervan is geen kopie beschikbaar.’ (...)
op alle gelden, geldswaarden, en/of roerende zaken en vorderingen, meer speciaal op, doch niet beperkt tot rekeningnummer [nummer] die de derdebeslagene onder zich heeft en/of uit een reeds nu bestaande rechtsverhouding zal of mocht verkrijgen, onder zijn of haar berusting heeft en/of mocht krijgen ten behoeve van [appellant] ’, zulks ter verzekering van en om betaling te verkrijgen van de bij het verstekvonnis aan [geïntimeerde] toegewezen bedragen en executiekosten. Dit beslag heeft geen resultaat gehad wegens het ontbreken van een creditsaldo.
Naar aanleiding van uw mail dd heden (...) berichten wij u als volgt. Wij mogen toch aannemen dat uw client niet alleen louter met een ontkenning van een vordering bij u aanklopt, doch u ook voorziet van relevante bescheiden. Immers, deze hebben wij vorig jaar december ook al op verzoek gezonden aan Fridsman & Vervest advocaten in Heemskerk. Er is helemaal geen sprake van een vermeende vordering. In de door u aangehaalde brief van 28 juni jl ziet u dat wij uw cliënt hebben bezocht om tot beslag roerende zaken over te gaan. Zoals u weet, kan dat alleen maar uit krachte van een (executoriale) titel. In casu zijn wij danook belast met de tenuitvoerlegging van een vonnis, uw client welbekend. Een kopie van dit vonnis stuur ik u ter info in een separate mail.’
3.Beoordeling
(U)it het vorenstaande (kan) worden afgeleid dat aan de daad van mr. Fridsma (het sturen van het e-mailbericht aan Huyer op 11 december 2017) (zal) een daad van [appellant] zelf, waaruit zijn bekendheid met het vonnis noodzakelijkerwijs voortvloeit, zal zijn voorafgegaan. Vermoed wordt dan ook dat [appellant] op 11 december 2017 bekend was met (de inhoud van) het vonnis en dat hij met mr. Fridsma overleg heeft gevoerd over het instellen van verzet. Dat zou betekenen dat op dat moment de verzettermijn is aangevangen en dat [appellant] het verzet niet tijdig heeft ingesteld. Het is derhalve aan [appellant] om bijzondere omstandigheden aan te voeren, die het tegendeel bewijzen.’ [appellant] is in de gelegenheid gesteld dat tegenbewijs te leveren. [appellant] heeft vervolgens een e-mailbericht van mr. Fridsma geciteerd waarin laatstgenoemde verklaart dat zij inderdaad stukken heeft opgevraagd bij deurwaarder Huyer, dat zij deze stukken ook heeft ontvangen en dat zij deze stukken “ongetwijfeld” heeft doen toekomen aan [appellant] , maar zich niet meer kan herinneren of dat per post en/of per mail is gedaan. De kantonrechter overweegt op basis hiervan in het bestreden eindvonnis van 14 maart 2019 dat [appellant] hiermee geen bijzonderheden heeft aangevoerd, die anders doen vermoeden dan dat hij op 11 december 2017 bekend was met de inhoud van het verstekvonnis van 28 juli 2016. [appellant] heeft gelet daarop niet tijdig verzet ingesteld en hij is niet-ontvankelijk in zijn verzet, aldus de kantonrechter.
aangegeven een bedrag te moeten betalen aan de heer [geïntimeerde] ’,komt niet overeen met de verklaring van [appellant] in eerste aanleg, dat in het door zijn hond versnipperde briefje ‘
slechts de naam en het telefoonnummer van Huyer nog te lezen was’. Het hof acht het standpunt van [appellant] , dat hij van het vonnis, noch de inhoud ervan, op de hoogte was toen hij op