In hoger beroep is verdachte veroordeeld voor het plegen van voorbereidingshandelingen om cocaïne vanuit de Antillen naar Nederland in te voeren en voor deelname aan een criminele organisatie met dat doel. De organisatie maakte gebruik van onderhoudsschema's van vliegtuigen van een luchtvaartmaatschappij om cocaïne in vliegtuigen te verbergen die op Schiphol onderhoud ondergingen.
De verdachte had een ondersteunende rol binnen de organisatie, waaronder het kopiëren van onderhoudsschema's, het onderhouden van contact met medeverdachten en het delen van informatie over verbergplekken. De organisatie bestond uit meerdere leden, waaronder medewerkers van de luchtvaartmaatschappij die de cocaïne uit de vliegtuigen haalden.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan medeplegen van voorbereidingshandelingen en deelneming aan een criminele organisatie. Gelet op de ernst van de feiten en de rol van verdachte, legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden op, met aftrek van voorarrest. Tevens werden in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard en onttrokken aan het verkeer.
De rechtbank had eerder een voorwaardelijke gevangenisstraf met taakstraf opgelegd, maar het hof vond dit onvoldoende passend. Het hof constateerde tevens een overschrijding van de redelijke termijn en mat de straf dienovereenkomstig.
De verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor zover het gericht was tegen een eerdere vrijspraak. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 31 maart 2020.