ECLI:NL:GHAMS:2020:1084
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken oogmerk bij valse bommelding op luchthaven Schiphol
De verdachte werd beschuldigd van het doen van een valse bommelding op luchthaven Schiphol door meerdere malen tegen beveiligingsmedewerkers te zeggen dat er een bom in zijn koffer zat. Het openbaar ministerie vorderde een geldboete en subsidiaire hechtenis.
Tijdens het hoger beroep stelde de verdediging dat de verdachte een grap maakte zonder het oogmerk om anderen te misleiden. De verdachte verklaarde zelf dat het een domme grap was en dat het duidelijk was voor de beveiligingsmedewerkers dat het niet serieus bedoeld was.
Het hof nam deze verklaringen en die van een beveiligingsmedewerker in overweging, waaruit bleek dat de beveiliging direct doorhad dat het om een grap ging. De verdachte toonde spijt bij aankomst van de marechaussee. Het hof oordeelde dat het vereiste oogmerk voor een bewezenverklaring ontbrak en sprak de verdachte vrij.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door vrijspraak uit te spreken. De zaak benadrukt het belang van het oogmerk bij het strafrechtelijk beoordelen van valse meldingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van het vereiste oogmerk bij de valse bommelding.