ECLI:NL:GHAMS:2020:1146
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens intrekking hoger beroep
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 25 juni 2019. Tijdens de zitting op 11 februari 2020 werd vastgesteld dat verdachte het hoger beroep had ingetrokken bij akte van 31 januari 2020. Omdat het onderzoek ter terechtzitting reeds was aangevangen, was intrekking niet meer mogelijk.
Het hof concludeerde dat verdachte geen belang meer had bij behandeling van het hoger beroep en dat er geen rechtens te respecteren belang bestond bij nader onderzoek. Daarom werd verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij alleen mr. J.D.L. Nuis het arrest medeondertekende. Mr. P.C. Römer en mr. M. van der Horst waren buiten staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking na aanvang van de zitting.