ECLI:NL:GHAMS:2020:1206

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 mei 2020
Publicatiedatum
11 mei 2020
Zaaknummer
20/00279
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding indieningstermijn

Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland in een fiscale zaak hoger beroep ingesteld. De rechtbank had een uitspraak gedaan op 6 maart 2020, waarna de termijn voor het indienen van het hoger beroepschrift zes weken bedroeg, eindigend op 17 april 2020.

Belanghebbende diende het beroepschrift in met dagtekening 16 april 2020, maar het poststempel op de enveloppe was van 20 april 2020 en het stuk kwam op 21 april 2020 bij het hof aan. Volgens het bewijsrechtelijk uitgangspunt geldt de datum van het poststempel als datum van ter post bezorging.

Er was geen reden om van dit uitgangspunt af te wijken, waardoor het beroepschrift te laat was ingediend. Het hof verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Tevens oordeelde het hof dat geen reden bestond om af te zien van niet-ontvankelijkverklaring en dat er geen aanleiding was voor een kostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de indieningstermijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 20/00279
uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van de veertiende enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: drs. A.J.G. Pieterse)
tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk HAA 19/3330 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

1. Op grond van artikel 6:9 van Pro de Awb in verbinding met artikel 6:24 van Pro de Awb is een hoger beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de in artikel 6:7 van Pro de Awb genoemde termijn van zes weken is ontvangen, dan wel bij verzending per post indien het voor het einde van de termijn van zes weken ter post is bezorgd mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak van de rechtbank is bekendgemaakt.
2. De uitspraak van de rechtbank waartegen belanghebbende hoger beroep is gericht is verzonden met dagtekening 6 maart 2020. De termijn om hoger beroep in te stellen eindigt dan op 17 april 2020. Belanghebbende heeft bij brief met dagtekening 16 april 2020 een hoger beroepschrift ingediend, welk stuk door het postvervoerbedrijf is afgestempeld op 20 april 2020 en ter griffie bij het Hof is ingekomen op 21 april 2020. Nu het hoger beroepschrift van belanghebbende in de week na afloop van de termijn is ontvangen, is van belang wanneer terpostbezorging heeft plaatsgevonden.
3. Bij een leesbaar poststempel geldt als bewijsrechtelijk uitgangspunt dat terpostbezorging heeft plaatsgevonden op de dag waarop het desbetreffende poststuk door PostNL is afgestempeld. Voor afwijking van dit uitgangspunt bestaat aanleiding indien de rechter aannemelijk acht dat het poststuk ter post is bezorgd vóór de datum van afstempeling door het postvervoerbedrijf. De bewijslast hiervoor ligt bij de partij die stelt dat zij het poststuk vóór die datum ter post heeft bezorgd (vgl. HR 28 januari 2011, nr. 10/02285, ECLI:NL:HR:2011:BP2138).
4. De poststempel op de enveloppe waarin het hoger beroepschrift van belanghebbende is verzonden, vermeldt als datum 20 april 2020. Gelet op voormeld bewijsrechtelijk uitgangspunt - dat ter postbezorging heeft plaatsgevonden op de dag waarop het desbetreffende poststuk door PostNL is afgestempeld - is het hoger beroepschrift niet tijdig ingediend. Voor afwijking van dit uitgangspunt bestaat geen aanleiding.
5. Het voren overwogene brengt mee dat het hoger beroep wegens overschrijding van de daarvoor gestelde indieningstermijn niet-ontvankelijk is.
6. Voor het op de voet van artikel 6:11 van Pro de Awb achterwege laten van de niet-ontvankelijkverklaring omdat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest, heeft het Hof geen reden.
7. Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van Pro de Awb in verbinding met artikel 8:108 van Pro die wet.
8. Voor het aanwenden van het in artikel 8:55 van Pro de Awb bedoelde rechtsmiddel van verzet tegen de onderhavige uitspraak, verwijst het Hof naar de mededelingen daaromtrent aan de voet van de uitspraak.

Beslissing

Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De uitspraak is gedaan door mr. B.A. van Brummelen, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van N.K. Sekar als griffier. De beslissing is op uitgesproken en wordt openbaar gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.

Verzet

Als u bezwaren hebt tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak een verzetschrift indienen bij dit gerechtshof. Daarbij kunt u vragen op het verzet te worden gehoord. Een kopie van de bestreden uitspraak moet bij het verzetschrift worden overgelegd.
Het verzetschrift moet zijn ondertekend en ten minste bevatten:
  • de naam en het adres van de indiener;
  • de dagtekening;
  • de vermelding van de uitspraak waartegen het verzet is gericht en
  • de gronden van het verzet, waarbij de bezwaren tegen de uitspraak duidelijk zijn omschreven.
Bij de behandeling van het verzet beoordeelt het gerechtshof uitsluitend of er gronden zijn voor vernietiging van de onderhavige uitspraak.