ECLI:NL:HR:2011:BP2138
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitgangspunt poststempel bij terpostbezorging in bestuursrechtelijke beroepstermijn
In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de vraag wanneer een beroepschrift als tijdig ingediend moet worden beschouwd in het bestuursrecht. De Inspecteur had een aanslag opgelegd waartegen belanghebbende bezwaar maakte. Na afwijzing van het bezwaar stelde belanghebbende beroep in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende stelde verzet in, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of het beroepschrift tijdig ter post was bezorgd. De rechtbank had geoordeeld dat het beroepschrift op 11 januari 2010 was afgestempeld en daarmee te laat was ingediend, terwijl de beroepstermijn op 7 januari 2010 was geëindigd. De Hoge Raad bevestigt het uitgangspunt dat het poststempel geldt als bewijs voor de dag van terpostbezorging, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het poststuk eerder ter post is bezorgd.
Belanghebbende had slechts gesteld dat het beroepschrift op 5 januari 2010 was gepost, zonder dit aannemelijk te maken. Daarom oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank terecht het beroepschrift als te laat had aangemerkt. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het beroepschrift wordt als te laat ingediend beschouwd.