ECLI:NL:GHAMS:2020:1280
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever met toekenning billijke vergoeding
In deze civiele zaak stond de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen [appellante] en Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. (KLM) centraal, waarbij de werknemer stelde dat de ontbinding te wijten was aan ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.
Het hof heeft het geschil in hoger beroep behandeld en overwogen dat voor de bepaling van de billijke vergoeding inzicht nodig was in de mogelijke uitkeringen waarop [appellante] aanspraak kon maken, waaronder Ziektewet, Werkloosheidswet en private aanvullingen. KLM heeft een gedetailleerde uiteenzetting gegeven van de uitkeringen en de bedragen die [appellante] zou ontvangen tot haar AOW-leeftijd, rekening houdend met arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.
Het hof heeft de door [appellante] berekende pensioenschade van ruim €93.000 niet betwist geacht, ondanks het ontbreken van een actuariële onderbouwing door KLM. Gezien het feit dat [appellante] ondanks haar eenzijdige werkervaring en leeftijd nog enig arbeidsperspectief heeft, heeft het hof een billijke vergoeding van €75.000 passend geacht, naast vergoeding van verlofdagen met wettelijke verhoging en rente.
De ontbinding van de arbeidsovereenkomst is door het hof toegerekend aan ernstig verwijtbaar handelen van KLM. Het hof vernietigde het eerdere oordeel voor zover de billijke vergoeding was afgewezen en bepaalde dat KLM deze vergoeding en de verlofdagen moet betalen. Verder werd KLM veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst een billijke vergoeding van €75.000 toe wegens ernstig verwijtbaar handelen van KLM bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst.