ECLI:NL:GHAMS:2020:1354
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid instelling geestelijke gezondheidszorg na suïcidepoging en overlijden patiënt
In deze civiele zaak vorderen [X] c.s. dat de stichtingen en artsen aansprakelijk worden gesteld voor het overlijden van [A], na een eerdere suïcidepoging en behandeling door geestelijke gezondheidszorginstellingen. De rechtbank wees de vorderingen af, waarna [X] c.s. in hoger beroep kwamen.
De feiten betreffen een suïcidebeoordeling en behandeling van [A] door het crisisteam van SPA, een samenwerkingsverband van de stichtingen Arkin en GGZ InGeest. Na een suïcidepoging op 3 januari 2013 werd besloten [A] niet op te nemen, maar thuis te laten overnachten met een spoedtelefoonnummer en een vervolgafspraak. Op 4 januari 2013 pleegde [A] suïcide.
Het hof oordeelt dat het onderzoek en handelen van de artsen niet onzorgvuldig waren en dat zij de zorgplicht niet hebben geschonden. De artsen handelden conform de geldende richtlijn en hielden rekening met de omstandigheden en het gedrag van [A]. De grieven van [X] c.s. falen, onder meer omdat onvoldoende is gesteld dat een gedwongen opname geïndiceerd was of dat het onderzoek inadequaat was.
Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen de artsen, bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, en veroordeelt [X] c.s. in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank Amsterdam wordt bekrachtigd; er is geen aansprakelijkheid van de stichtingen en artsen vastgesteld.