Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Er zou pas sprake zijn van opzet tot misleiding op het moment dat [appellant] zou voorhouden dat sprake zou zijn van een 40-urige arbeidsovereenkomst”, aldus [appellant] . Het hof kan [appellant] hierin niet volgen. Feiten en omstandigheden die – indien bewezen – de conclusie kunnen dragen dat het om een fictief dienstverband gaat zijn gesteld noch gebleken. Onbetwist is dat de desbetreffende arbeidsovereenkomsten zijn gesloten en schriftelijk zijn opgemaakt, dat [appellant] loon ontvangen heeft, voorts dat [appellant] ook daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht voor [X] B.V. en dat [X] heeft verklaard dat [appellant] 40 uur aanwezig is, waarvan 50% effectief. De conclusies die hieruit volgen, te weten dat [appellant] in ieder geval meer dan 8 uur per week arbeid verrichtte en daarvoor een loon van € 2.600 per maand betaald kreeg, staan haaks op de mededelingen die [appellant] ter zake aan de door Delta Lloyd ingeschakelde deskundigen heeft gedaan. Door (bij herhaling) na te laten naar waarheid te verklaren over de arbeidsovereenkomsten heeft [appellant] zijn mededelings- en informatieplicht geschonden. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat moet worden aangenomen dat [appellant] bewust informatie heeft achtergehouden, opdat dit niet bij de beoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid en de uitkeringsplicht van Delta Lloyd werd betrokken, en daarmee met het opzet om Delta Lloyd te misleiden. Gelet op het bepaalde in de polisvoorwaarden en de inhoud van de (regelmatige) gesprekken tussen de door Delta Lloyd ingeschakelde deskundigen en [appellant] – waarbij onder meer is gesproken over zijn welzijn, dagelijkse activiteiten, werkzaamheden en arbeidscapaciteit – had [appellant] zich kunnen en moeten realiseren dat de informatie over de arbeidsovereenkomsten en de daarmee verworven inkomsten voor Delta Lloyd van belang was voor de beoordeling van haar uitkeringsplicht. Desalniettemin heeft hij noch uit eigen beweging, noch in reactie op vragen van de door Delta Lloyd ingeschakelde deskundigen naar waarheid melding gemaakt van deze arbeidsovereenkomsten en looninkomsten. Uit het voorgaande volgt dat [appellant] de met bescheiden gestaafde stelling van Delta Lloyd dat [appellant] opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt, onvoldoende heeft weersproken. Dat sprake is van opzettelijke misleiding leidt het hof ook af uit de omstandigheid dat [appellant] op het moment dat hij geconfronteerd werd met de kennis van Delta Lloyd over de arbeidsovereenkomst van 1 oktober 2014 nog steeds in strijd met de waarheid heeft verklaard over de periode tot 1 oktober 2014 en de informatie over de eerdere arbeidsovereenkomsten en de daarmee verworven looninkomsten bewust heeft achtergehouden.