De zaak betreft een hoger beroep over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen [appellante] en Amsterdam Trade Bank N.V. (ATB) wegens een verstoorde arbeidsrelatie.
[Appellante] was sinds 2011 in dienst bij ATB en had een goede inhoudelijke beoordeling, hoewel haar communicatiestijl soms onderwerp van kritiek was. Vanaf 2017 ontstond een conflict met haar leidinggevende [A], dat escaleerde nadat klachten van [appellante] over [A] binnen ATB niet vertrouwelijk werden behandeld en gedeeld werden met de leidinggevende zelf.
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2019 en kende een transitievergoeding toe, zonder ernstig verwijtbaar handelen van partijen vast te stellen. In hoger beroep betoogde [appellante] dat ATB niet als goed werkgever had gehandeld, onder meer door nalatigheid in onderzoek en het niet onderzoeken van herplaatsingsmogelijkheden.
Het hof bevestigt dat ATB tekort is geschoten in haar zorgplicht en niet als goed werkgever heeft gehandeld, maar stelt dat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [appellante]. Het hof kent daarom een billijke vergoeding van €40.000 toe, rekening houdend met het salaris, de duur van het dienstverband en de omstandigheden rondom het conflict.