ECLI:NL:GHAMS:2020:1426
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in belang verzorging en opvoeding
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige is verleend. De moeder betwist deze machtiging en verzoekt vernietiging, terwijl de Raad voor de Kinderbescherming en de vader bekrachtiging wensen.
De minderjarige verblijft sinds maart 2020 in een gezinshuis vanwege zorgen over een onveilige opvoedsituatie bij de moeder en conflicten tussen ouders die de ontwikkeling van het kind belemmeren. De hulpverlening aan de ouders is nog niet volledig opgestart door financieringsproblemen en coronamaatregelen.
Het hof oordeelt dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is geweest en nog steeds noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige en voor onderzoek naar haar geestelijke en lichamelijke gesteldheid. De plaatsing in een neutrale omgeving maakt het mogelijk het perspectief van de minderjarige te bepalen zonder druk van de ouders.
De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd. De minderjarige wordt begeleid door een speltherapeute en gedragswetenschapper, wat bijdraagt aan het perspectiefonderzoek. De procedure over het gezag en de hoofdverblijfplaats is aangehouden tot augustus 2020.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd vanwege noodzakelijkheid voor haar verzorging, opvoeding en onderzoek.