ECLI:NL:GHAMS:2020:1478
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen beëindiging gezamenlijk gezag ondanks ernstige loyaliteitsproblematiek bij kinderen
In deze zaak gaat het om het verzoek van de vrouw om het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen. De kinderen zijn sinds enige tijd uithuisgeplaatst vanwege ernstige problematiek binnen het gezin, waaronder loyaliteitsconflicten en hechtingsproblemen.
De vrouw stelt dat de man niet meewerkt aan hulpverlening en dat eenhoofdig gezag bij haar zou leiden tot betere kansen op thuisplaatsing. De man betwist dit en benadrukt dat het perspectief van de kinderen niet bij één van de ouders ligt. De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming adviseren het gezamenlijk gezag te handhaven en wijzen op de noodzaak van rust en continuïteit voor de kinderen.
Het hof overweegt dat de kinderen al geruime tijd klem en verloren zijn geraakt tussen de ouders en dat een eenhoofdig gezag de situatie waarschijnlijk zal verslechteren. Het belang van de kinderen is gediend met een gelijkwaardige rol van beide ouders binnen de ondertoezichtstelling. Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van de rechtbank die het gezamenlijk gezag handhaaft.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.