Uitspraak
Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen, [kind A] en [kind B]. De kinderen zijn sinds 2013 betrokken bij jeugdbescherming vanwege ernstige problematiek binnen het gezin, waaronder psychisch geweld en loyaliteitsconflicten. De moeder erkent de problemen en staat open voor hulp, maar betwist dat het perspectief niet bij haar ligt.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming stellen dat de kinderen ernstige trauma's en hechtingsproblemen hebben, die alleen in een stabiele en veilige pleegomgeving adequaat behandeld kunnen worden. De ouders zijn onvoldoende in staat gebleken een veilige opvoedingssituatie te bieden, mede door voortdurende conflicten en gebrek aan erkenning van de schade die de kinderen hebben geleden.
Het hof concludeert dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn en dat terugplaatsing naar de moeder niet geïndiceerd is. De belangen van de kinderen bij rust, veiligheid en traumabehandeling prevaleren. De verlengde machtigingen zijn daarom terecht en het beroep van de moeder op artikel 8 EVRM Pro faalt. De bestreden beschikkingen worden bekrachtigd en het verzoek tot veroordeling van de GI in proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.