ECLI:NL:GHAMS:2020:1523
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terugbetaling en beëindiging leaseovereenkomsten tussen Dexia en afnemer
In deze zaak gaat het om een geschil tussen Dexia Nederland B.V. en een afnemer over de afwikkeling van meerdere effectenleaseovereenkomsten. Het hof bouwt voort op een eerder tussenarrest waarin is vastgesteld dat een van de leaseovereenkomsten rechtsgeldig is beëindigd per 1 februari 2006 en dat bepaalde betaalde termijnen onverschuldigd waren.
Dexia heeft een nieuwe eindafrekening overgelegd waarin de waarde van het certificaatproduct op de beëindigingsdatum is vastgesteld en waarin correcties zijn aangebracht voor onverschuldigde betalingen. De afnemer betwist enkele onderdelen van deze eindafrekening, met name de verwerking van een maandtermijn in maart 2006, en stelt dat Dexia een hoger bedrag aan haar verschuldigd is.
Het hof volgt de afnemer deels en corrigeert de eindafrekening dienovereenkomstig. Tevens oordeelt het hof dat Dexia de kosten van het hoger beroep moet vergoeden en compenseert het de proceskosten van de eerste aanleg tussen partijen. Het hof verklaart voor recht dat Dexia uit hoofde van de verschillende leaseovereenkomsten slechts de gecorrigeerde bedragen met rente aan de afnemer verschuldigd is en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof verklaart voor recht dat Dexia slechts de gecorrigeerde bedragen met rente aan de afnemer verschuldigd is en veroordeelt Dexia in de kosten van het hoger beroep.