Uitspraak
[A],
mr. R.S. van der Spek, kantoorhoudende te Leeuwarden,
mr. R.G. Luinstraen
mr. J. Biesheuvel-Hoitinga, beiden kantoorhoudende te Groningen.
Het verloop van het geding
- verzoeksters sub 1 en 2 gezamenlijk met IC Holding c.s.;
- verweersters sub 1 en 2 gezamenlijk met Cavari Clinics c.s.
, indien deze zou worden toegewezen, naar verwachting de opmaat vormt voor een civiele aansprakelijkheidsstelling van ondergetekende[mr. Stekelenburg]
door [A] , verzoek ik de Ondernemingskamer, nadat zij de overige belanghebbenden in deze kwestie heeft gehoord, op voet van artikel 2:357 lid 6 BW Pro te bepalen dat de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer ter vaststelling van aansprakelijkheid vanwege onbehoorlijke taakvervulling tijdens mijn tijdelijke aanstelling, in zowel de klachtzaak als de daarop volgende aansprakelijkheidszaak (mocht die er van komen) door de vennootschap (in dit geval Cavari Clinics Nederland B.V.) dienen te worden betaald.”
om de salarisbetaling tijdig te laten plaatsvinden, bij gebreke waarvan je persoonlijk aansprakelijk zult zijn voor de schade die daaruit voortvloeit.”
Dat salaris over november is overigens ook betaald. (…) Een aansprakelijkheidszaak daarover zal dus sowieso niet volgen.”
. Voorts is het ongebruikelijk dat een verweer terzake ten laste wordt gebracht van de vennootschap. Cliënte acht het redelijk en billijk dat achteraf zal worden beoordeeld of het redelijk en billijk is dat Stekelenburg gegeven zijn optreden en een mogelijke uitspraak kosten verband houdende met het verweer ten laste zal brengen van Cavari Clinics. Cliënte merkt wel op dat haar liquiditeitspositie dusdanig is dat een honorering van het verzoek van Stekelenburg zal leiden tot een mogelijk faillissement.”
2. Cavari zal geen schade lijden indien men nu eens stopt met het opwerpen van allerhande obstakels in een poging mij de voet dwars te zetten. Door dit (wel) te doen word ik bemoeilijkt om mijn taak als (tijdelijk) bestuurder van Cavari naar behoren uit te kunnen voeren. Tegen deze achtergrond betwist ik de opmerking van mr. Luinstra dat mijn verzoek dient te worden afgewezen omdat dit tot het faillissement van Cavari al leiden. Voor zover dit al juist zou zijn: men is daar zelf bij en is daar zelf debet aan.