ECLI:NL:GHAMS:2020:1568

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 mei 2020
Publicatiedatum
16 juni 2020
Zaaknummer
19/00073
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging onbevoegdheid bestuursrechter voor schadevergoeding in belastingzaak

Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een belastingzaak. De Centrale Raad van Beroep stuurde het hoger beroepschrift door naar het Gerechtshof Amsterdam, dat het hoger beroep ongegrond verklaarde omdat de bestuursrechter onbevoegd is kennis te nemen van een vordering tot schadevergoeding. Deze vordering dient bij de burgerlijke rechter te worden ingesteld.

Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze uitspraak door middel van verzet, stellende dat de uitspraak geen rechtskracht heeft omdat er geen griffierecht was geheven. Het Hof oordeelde dat voor een uitspraak op grond van artikel 8:54 Awb Pro geen griffierecht vereist is en verwierp het verzet als ongegrond.

Het Hof achtte geen aanleiding om het eerdere oordeel te wijzigen en bevestigde dat het verzet ongegrond is. Tevens werd geen kostenveroordeling opgelegd. De uitspraak blijft daarmee in stand en partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep terecht ongegrond verklaard vanwege onbevoegdheid van de bestuursrechter.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 19/00073
19 mei 2020
uitspraak als bedoeld in artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in verbinding met artikel 8:108 van Pro die wet, van de zevende enkelvoudige belastingkamer
op het verzet van
[X], wonende te [Z] , belanghebbende,
tegen de met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb in verbinding met artikel 8:108 van Pro die wet, gedane uitspraak van de veertiende enkelvoudige belastingkamer van dit Hof van
22 oktober 2019 op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AMS 17/7331 van rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de invorderingsambtenaar van de gemeente Amsterdam.

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank in de zaak met kenmerk AMS 17/7331 hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroepschrift ter overname van de behandeling doorgestuurd naar het Gerechtshof Amsterdam.
1.2.
Het hoger beroep is met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb ongegrond verklaard, omdat (zakelijk weergegeven) de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de bestuursrechter onbevoegd is kennis te nemen van belanghebbendes vordering tot schadevergoeding en dat in een geval als het onderhavige uitsluitend een vordering kan worden ingesteld bij de burgerlijke rechter. Een afschrift van de uitspraak is aan deze uitspraak gehecht.
1.3.
Op 13 november 2019 is van belanghebbende een brief ontvangen, welke brief door het Hof is aangemerkt als een verzetschrift. Het verzet is aangevuld bij brief van 2 december 2019.
1.4.
Belanghebbende heeft niet verzocht op het verzet te worden gehoord.

2.Geschil in verzet

2.1.
In geschil is het antwoord op de vraag of het hoger beroep terecht ongegrond is verklaard.
2.2.
Belanghebbende doet zijn standpunten steunen op de gronden welke door hem zijn aangevoerd in de van hem afkomstige stukken.

3.Beoordeling van het verzet

3.1.
De Centrale Raad van Beroep heeft het door belanghebbende voor het instellen van hoger beroep betaalde griffierecht aan hem geretourneerd. Het Hof heeft geen griffierecht geheven.
3.2.
In verzet voert belanghebbende aan dat de uitspraak (het Hof verstaat: de uitspraak waartegen verzet is gedaan) geen rechtskracht heeft, omdat geen griffierecht is geheven. In zijn brief van 2 december 2019 herhaalt belanghebbende dit betoog.
3.3.
Het betoog van belanghebbende vindt geen steun in het recht. Voor het doen van een uitspraak op de voet van artikel 8:54 van Pro de Awb is niet vereist dat voorafgaande aan die uitspraak griffierecht is geheven.
3.4.
Het Hof vindt ook ambtshalve geen aanleiding tot het oordeel dat de bestreden uitspraak waartegen verzet is gedaan onjuist is.
Slotsom
De slotsom is dat het verzet van belanghebbende ongegrond is. Het hoger beroep is terecht ongegrond verklaard. De uitspraak waartegen verzet is gedaan blijft in stand.

4.Kosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 Awb Pro in verbinding met artikel 8:108 van Pro die wet.

5.Beslissing

Het Hof verklaart het verzet ongegrond.
De uitspraak is gedaan door mr. F.J.P.M. Haas, lid van de zevende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Hogendoorn als griffier. De beslissing is op 19 mei 2020 uitgesproken en wordt openbaar gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie stellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.