Uitspraak
mr. I.M.C.A. Reinders Folmerte Amsterdam,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
- bepaalt dat de man in de onderlinge verhouding tussen partijen de volgende schulden voor zijn rekening zal nemen, zonder verrekening met de vrouw:
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gehuwd geweest en bij beschikking van 21 december 2016 is hun echtscheiding uitgesproken. In een beschikking van 10 mei 2017 is bepaald dat de man in de onderlinge verhouding de schuld aan de ABN AMRO bank ter hoogte van circa €12.490,91 voor zijn rekening neemt. De vrouw is door de bank aangesproken en heeft betalingen verricht.
De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt veroordeeld tot betaling van de schuld, vermeerderd met rente en kosten, en tot vergoeding van door haar betaalde bedragen. De voorzieningenrechter veroordeelde de man tot betaling van de hoofdsom, maar wees de overige vorderingen af.
In hoger beroep stelt het hof vast dat de vrouw voldoende heeft aangetoond dat rente en kosten door de bank zijn doorberekend en dat de man gehouden is deze te betalen. Het hof veroordeelt de man tot betaling van het totaalbedrag van €13.827,60 per 13 maart 2019, vermeerderd met rente en kosten vanaf die datum, en tot vergoeding van reeds door de vrouw betaalde bedragen van €1.162,50. Tevens veroordeelt het hof de man in de proceskosten van beide instanties.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het deze vorderingen afwees en wijst deze alsnog toe. De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van de schuld, rente, kosten en vergoeding van door de vrouw betaalde bedragen.