ECLI:NL:GHAMS:2020:1741
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in belang van veiligheid en zorg
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 9 juni 2020 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De moeder was tegen de verlenging van de uithuisplaatsing, terwijl de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) de verlenging ondersteunden. De zaak betreft een minderjarige geboren in 2019 uit een verbroken relatie, waarbij de moeder het eenhoofdig gezag heeft.
De uithuisplaatsing was aanvankelijk verleend kort na de geboorte vanwege zorgen over de veiligheid van de minderjarige, mede door een incident met de vader in het ziekenhuis en het verleden van de moeder waarbij twee oudere kinderen uit huis geplaatst zijn. De moeder betwistte de noodzaak van de uithuisplaatsing en stelde dat er onvoldoende alternatieven waren onderzocht en dat zij in staat is voor haar kind te zorgen.
Het hof oordeelde dat de zorgen over de veiligheid en opvoeding van de minderjarige nog steeds aanwezig zijn. Het is noodzakelijk dat eerst een persoonlijkheidsonderzoek bij de moeder wordt uitgevoerd om haar weerbaarheid en beschikbaarheid te beoordelen alvorens een eventuele terugplaatsing kan worden overwogen. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is daarom terecht. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikkingen en benadrukte dat het onderzoek met voortvarendheid moet worden uitgevoerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige.