Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
(. . .)
(. . .)”
3.Beoordeling
“bovengenoemde legatarissen hebben naar mijn mening de desbetreffende legaten uit financieel oogpunt meer nodig”ten grondslag gelegd. Zij stelt zich op het standpunt dat erflaatster nooit tot het schenken en legateren van de woning in Gran Canaria zou zijn overgegaan indien zij had geweten van de door geïntimeerden ontvreemde bedragen. Zij vordert daarom vernietiging van de schenking en het legaat op grond van bedrog c.q. dwaling. De rechtbank heeft overwogen dat aan deze zinsnede niet kan worden verbonden dat erflaatster niet tot de schenking of legatering zou zijn overgegaan indien zij van de uitkomst van de onderhavige procedure op de hoogte zou zijn geweest. Veeleer laat het zich volgens de rechtbank aanzien dat zij tot schenken en legateren is bewogen door de frequente omgang met geïntimeerden in Gran Canaria, waaraan zij klaarblijkelijk veel genoegen heeft beleefd.