ECLI:NL:GHAMS:2020:1900
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding kosten rechtsbijstand na niet-ontvankelijk verklaring verzoekschriftprocedure
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam waarin zijn verzoekschriftprocedure niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een mede door appellant ondertekend verzoekschrift.
Het hof heeft vastgesteld dat de strafzaak zonder strafoplegging of sepot was geëindigd. Op grond van billijkheidsoverwegingen werd een vergoeding toegekend voor de door appellant ondergane verzekeringkosten van €630,00.
De advocaat-generaal en het hof oordeelden echter dat de kosten van rechtsbijstand in verband met het hoger beroep niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat appellant en zijn raadsvrouw niet tijdig hadden gereageerd op herhaalde verzoeken van de rechtbank om het verzoekschrift te ondertekenen.
Hoewel de verdediging stelde dat de rechtbank appellant had moeten oproepen om het verzuim te herstellen, vond het hof dat dit niet tot vergoeding van de kosten in hoger beroep leidde. Wel werd een vergoeding van €280,00 toegekend voor de kosten van rechtsbijstand voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking en deed opnieuw recht, waarbij het totaalbedrag van €910,00 werd toegewezen met opdracht tot onmiddellijke betaling.
Uitkomst: Vergoeding van €630,00 voor verzekeringkosten en €280,00 voor kosten opstellen verzoekschrift toegekend, overige kosten rechtsbijstand in hoger beroep afgewezen.