Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
De beschikking is aan [geïntimeerde] betekend op 17 december 2018.
“Vervolgens hebt u op 4 februari jongstleden (…) telefonisch meegedeeld dat u binnen drie weken inhoudelijk zou reageren. Sindsdien heb ik niets van u vernomen.
“Ik verzoek je dan de opdrachten voor de taxaties voor 29 juli te verstrekken (…), zodat die gevraagde informatie voor 19 augustus er is. Voor het beantwoorden van de overige vragen stel ik als uiterste termijn 1 september 2019.”
“Ik kan niet bevestigen of de wederpartij bewust vertraagt. Ik moet met u constateren dat de informatie nog niet compleet is, maar ook dat [X] mij wel informatie aanlevert.”
3.Beoordeling
althans haar oudste zoon [X] namens haar(cursivering hof) medewerking verleent. Volgens [appellante] is het aan [geïntimeerde] om inlichtingen te verstrekken. Wie zij inschakelt bij het verzamelen en communiceren van die inlichtingen is aan haar. Zij heeft weliswaar [X] verzocht de communicatie met de notaris te onderhouden, maar er zijn ook andere tussenpersonen ingeschakeld. De relevantie van de verwijzing naar de rol van [X] is volgens [appellante] onbegrijpelijk.