Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigd en verdachte veroordeeld voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De verdachte had op 27 april 2018 te Amstelveen een voor hem onbekende zwangere vrouw in de borststreek aangeraakt met een knijp- en wrijvende beweging, wat het hof kwalificeerde als een ontuchtige handeling.
De verdediging voerde aan dat de aanraking per ongeluk en niet van seksuele aard was, maar dit werd door het hof verworpen op basis van verklaringen van het slachtoffer en meerdere getuigen die het opzettelijke karakter bevestigden. Het hof achtte het bewezen dat verdachte de vrouw door deze feitelijkheid had gedwongen tot het dulden van de ontuchtige handeling.
De rechtbank had verdachte vrijgesproken, maar het hof oordeelde dat het feit ernstig was, mede vanwege de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en haar zwangerschap. Gezien het eenmalige karakter van het incident en het ontbreken van eerdere veroordelingen, legde het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week op met een proeftijd van twee jaar.
De schadevergoedingsvordering van het slachtoffer werd deels toegewezen voor materiële schade van €74,26, terwijl de immateriële schadevordering werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ernstige gevolgen. Een andere benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Het hof bepaalde dat de verdachte deze materiële schade aan de Staat moet betalen ten behoeve van het slachtoffer.