ECLI:NL:RBAMS:2019:5213
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken ontuchtig karakter bij aanranding op straat
Op 27 april 2018 werd verdachte ervan verdacht aangeefster op straat te hebben aangerand door met gekromde vingers een knijp- en wrijfbeweging over haar borsten te maken. De rechtbank heeft op 20 juni 2019 uitspraak gedaan na een terechtzitting op 6 juni 2019.
De officier van justitie stelde dat het tenlastegelegde bewezen kon worden, gesteund op verklaringen van aangeefster, haar partner, vader en een getuige. De verdediging voerde aan dat hoewel een aanraking had plaatsgevonden, deze niet de seksuele component bezat die voor aanranding vereist is.
De rechtbank oordeelde dat verdachte inderdaad de borststreek had aangeraakt, maar dat de handeling niet als ontuchtig kon worden aangemerkt. Dit omdat de aanraking bestond uit een enkele vegende beweging in het publieke domein zonder seksuele opmerkingen of andere aanwijzingen voor seksuele intentie. De subjectieve beleving van het slachtoffer was onvoldoende om de strafrechtelijke kwalificatie te rechtvaardigen.
De rechtbank sprak verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen wegens gebrek aan bewezenverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet kan worden vastgesteld dat de aanraking een ontuchtig karakter had.