ECLI:NL:GHAMS:2020:2061

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2020
Publicatiedatum
23 juli 2020
Zaaknummer
23-003273-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis politierechter met uitzondering tenuitvoerleggingsbeslissing voorwaardelijke gevangenisstraf

In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 september 2018. Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd, met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 3 jaar, opgelegd bij vonnis van 12 mei 2017.

Het openbaar ministerie had gevorderd dat deze voorwaardelijke gevangenisstraf ten uitvoer zou worden gelegd, maar het hof acht de voorwaarden voor tenuitvoerlegging niet aanwezig en wijst de vordering af. Het hof vernietigt daarom het vonnis voor zover het de tenuitvoerlegging betreft en doet in dat onderdeel opnieuw recht.

De overige onderdelen van het vonnis van de politierechter worden door het hof bevestigd. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 25 juni 2020.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter behalve de tenuitvoerleggingsbeslissing, die wordt afgewezen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003273-18
datum uitspraak: 25 juni 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 september 2018 in de strafzaak onder de parketnummers 15-138140-18 en 15-195116-16 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1974,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof dezelfde straf zal opleggen als de politierechter.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging, in zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Vordering tenuitvoerlegging (parketnummer 15-195116-16)

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de (gedeeltelijke) tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 mei 2017 in de zaak met parketnummer 15-195116-16 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging zal worden afgewezen.
Het hof acht termen aanwezig om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 mei 2017, in de zaak met parketnummer 15-195116-16, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Holland van 15 juli 2018, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 mei 2017, in de zaak met parketnummer 15-195116-16, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met proeftijd van 3 jaar.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. M. Jurgens en mr. C. Fetter, in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Rijn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 juni 2020.