Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
'culpa') van de curator.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak vordert eiser tot herroeping de herroeping van het arrest van 17 mei 2016, stellende dat de curator bedrog heeft gepleegd of stukken van beslissende aard heeft achtergehouden. De zaak betreft faillissementen van zeven vennootschappen, waarbij eiser als insolventieadviseur betrokken was bij een saneringstraject.
Eiser baseert zijn vordering op nieuwe administratieve stukken die hij in 2019 ontving en die volgens hem aantonen dat ten tijde van de faillissementen geen omzetbelastingschuld bestond. De curator betwist de vordering en stelt dat eiser niet-ontvankelijk is en dat de stukken niet van beslissende aard zijn.
Het hof oordeelt dat het arrest van 17 mei 2016 formele rechtskracht heeft en dat de nieuwe stukken de uitspraak niet anders zouden hebben doen uitvallen. Bovendien is onvoldoende gebleken dat de curator bedrog heeft gepleegd of dat hij de stukken bewust heeft achtergehouden. De vordering tot herroeping wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van het arrest van 17 mei 2016 wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de kosten.