Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de omgangsregeling tussen de moeder en haar minderjarige dochter centraal. De moeder was het niet eens met de door de gecertificeerde instelling (GI) gegeven schriftelijke aanwijzingen die de omgangsfrequentie beperkten tot eenmaal per zes weken en later eenmaal per tien weken, vanwege zorgen over het welzijn van het kind.
De minderjarige is sinds haar geboorte uit huis geplaatst en verblijft in een perspectief biedend gezinshuis. De GI stelde de omgangsregeling vast met het oog op de behoefte van het kind aan rust, regelmaat en stabiliteit, mede vanwege stresssignalen na omgangsmomenten en onvoorspelbaar gedrag van de moeder.
De moeder voerde aan dat zij zich inzet, dat het incident in augustus 2019 eenmalig was en dat een hogere omgangsfrequentie in het belang van het kind is. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming onderschreven echter het belang van een lagere frequentie om de ontwikkeling van het kind niet te bedreigen.
Het hof overwoog dat de schriftelijke aanwijzingen zorgvuldig en voldoende gemotiveerd tot stand zijn gekomen en dat de omgangsfrequentie van eenmaal per tien weken momenteel het belang van de minderjarige dient. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikkingen en benadrukte dat de GI de omgangsfrequentie zal blijven monitoren en aanpassen aan het belang van het kind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schriftelijke aanwijzingen en omgangsregeling zoals vastgesteld door de gecertificeerde instelling, met omgang eenmaal per tien weken.