ECLI:NL:GHAMS:2020:2172
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderbijdrage: draagkracht man vastgesteld op nihil
Partijen hadden een relatie waaruit een minderjarige is geboren. De man staat onder bewind vanwege problematische schulden en ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet. De rechtbank had eerder bepaald dat de man een kinderbijdrage van € 322 per maand moest betalen, later verlaagd naar € 25.
De man kwam in hoger beroep met het verzoek de kinderbijdrage op nihil te stellen wegens het ontbreken van draagkracht. Hij leefde van een leefgeld van € 40 per week en had diverse inhoudingen op zijn uitkering vanwege schulden. De vrouw voerde verweer en stelde dat de man wel draagkracht had, onder meer vanwege een banksaldo en extra geld van de bewindvoerder.
Het hof oordeelde dat de man voldoende had aangetoond geen draagkracht te hebben. Zijn inkomen lag onder 90% van de bijstandsnorm en de inhoudingen op zijn uitkering waren significant. Het beroep op de aanvaardbaarheidstoets slaagde, waardoor de kinderbijdrage met ingang van 1 februari 2018 op nihil werd gesteld. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en vervangen door deze beslissing.
Uitkomst: De kinderbijdrage van de man wordt met ingang van 1 februari 2018 op nihil gesteld wegens gebrek aan draagkracht.