ECLI:NL:GHAMS:2020:2259
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- A. van Haeringen
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- P.J.W.M. van Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: behoefte vrouw en draagkracht man zonder bewijs zwarte inkomsten
Partijen zijn in 1991 gehuwd en in 2015 gescheiden. De vrouw vorderde partneralimentatie van €1.200 per maand vanaf 26 juli 2018, gebaseerd op een hoog uitgavenpatroon tijdens het huwelijk dat deels gefinancierd zou zijn met zwarte inkomsten van de man. De man betwistte dit en stelde geen draagkracht te hebben naast zijn WAO-uitkering.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende bewijs had geleverd voor de vermeende zwarte inkomsten, waardoor haar aanvullende behoefte niet aannemelijk was. De behoefte werd daarom vastgesteld op basis van de hofnorm, waarbij 60% van het netto gezinsinkomen in 2013 minus kinderkosten als uitgangspunt diende.
De draagkracht van de man werd beperkt geacht door zijn inkomen en vaste lasten, waaronder aflossingen op schulden. Na aflossing van een creditcardschuld per november 2019 kon hij vanaf 1 december 2019 €56 per maand aan partneralimentatie betalen.
Het hof wees het verzoek van de man tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen af, omdat het belang van de vrouw bij het behouden van die gelden zwaarder woog. De eerdere beschikking werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling.
Uitkomst: Het hof bepaalt partneralimentatie van €56 per maand vanaf 1 december 2019 wegens onvoldoende bewijs zwarte inkomsten en beperkte draagkracht man.