ECLI:NL:GHAMS:2020:2288
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 3 augustus 2020 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 22 november 2017. Het hoger beroep was ingesteld door de verdachte, geboren in 1997 in Algerije, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.
Tijdens de terechtzitting heeft het hof kennisgenomen van het verzoek van de advocaat-generaal om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Dit verzoek was gebaseerd op het feit dat de verdachte geen schriftelijke grieven had ingediend en ook geen mondelinge bezwaren had geuit tegen het vonnis.
Het hof heeft vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij het voortzetten van het hoger beroep. Gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters, waarvan twee het arrest mede hebben ondertekend.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.