ECLI:NL:GHAMS:2020:2305
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over hoogte en verrekening van transitievergoeding na ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze civiele zaak stond de hoogte van de transitievergoeding na ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen appellant en ERS centraal. Appellant stelde recht te hebben op een hogere transitievergoeding gebaseerd op een bruto maandsalaris van €3.165 plus een structurele bonus van gemiddeld €5.946,48 per maand. ERS betwistte dit en stelde dat het laatstverdiende salaris lager was en dat er geen bonusregeling was overeengekomen.
Het hof oordeelde dat het bruto maandsalaris van €3.165 exclusief vakantiegeld leidend was voor de berekening van de transitievergoeding, mede omdat ERS de omzet waarop de bonus gebaseerd was niet had betwist. De door appellant gestelde bonusregeling werd als overeengekomen beschouwd. Het beroep van ERS op verrekening van een vermeende schuld van appellant werd afgewezen vanwege onvoldoende specificatie en gemotiveerde betwisting door appellant.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking, behalve de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de proceskostenveroordeling, en veroordeelde ERS tot betaling van €23.410 bruto transitievergoeding. De overige vorderingen van appellant werden afgewezen. ERS werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: ERS is veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €23.410 bruto aan appellant, terwijl het beroep op verrekening is afgewezen.