Uitspraak
mr. N. Köse-Albayrak, kantoorhoudende te Rotterdam,
mr. P.P.A. Vroegrijk, kantoorhoudende te Breda,
mr. P.P.A. Vroegrijk, kantoorhoudende te Breda.
Het verloop van het geding
Gerechtshof Amsterdam
IMKO B.V. en [A] hebben de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken van Grando Alexandrium en Grando Hoofddorp over de periode vanaf 2013. Zij stelden onder meer dat Grando Retail als franchisegever onredelijke inkoopprijzen en kosten hanteerde, dat de managementovereenkomsten ten onrechte waren opgezegd en dat het beleid van Grando Retail onverantwoord was.
Grando Alexandrium, Grando Hoofddorp en Grando Retail hebben verweer gevoerd en verzocht de verzoeken af te wijzen. De Ondernemingskamer oordeelde dat het merendeel van de aangevoerde klachten betrekking had op vermogensrechtelijke geschillen die niet via een enquêteprocedure kunnen worden beslecht, maar voor de gewone burgerlijke rechter zijn.
Daarnaast waren de aangevoerde bezwaren tegen het beleid en de gang van zaken onvoldoende onderbouwd en ontbraken concrete aanwijzingen voor een onderzoek. Ook was de wijze van procederen met omvangrijke en ongespecificeerde onderzoeksverslagen onverenigbaar met de eisen van een behoorlijke rechtspleging.
De Ondernemingskamer wees daarom de verzoeken af en veroordeelde IMKO en [A] in de proceskosten van € 3.982. De beschikking werd gegeven door vijf raadsheren en uitgesproken op 20 augustus 2020.
Uitkomst: De Ondernemingskamer wijst het verzoek tot enquêteonderzoek af wegens gebrek aan gegronde redenen en veroordeelt verzoekers in de proceskosten.