Uitspraak
[A],
mr. A.R. de Vlieger, kantoorhoudende te Hilversum,
mr. A. Arslan, kantoorhoudende te Zwolle,
1.[B] ,
[C],
[D],
[E],
Het verloop van het geding
2.De feiten
airtimeen telefonie op maritiem gebied.
Gerechtshof Amsterdam
Unius Holding B.V. en aanverwante partijen verzochten de Ondernemingskamer een onderzoek te gelasten naar het beleid van Exodus Holding B.V. en SeaVsat B.V. wegens gegronde twijfels over het bestuur. Unius was echter op 15 juli 2020 failliet verklaard en de curator wenste het geding niet over te nemen.
Exodus en SeaVsat verzochten daarop ontslag van de instantie op grond van artikel 27 lid 2 Faillissementswet Pro, wat de Ondernemingskamer toewijst omdat voortzetting onnodig belastend is en Unius niet aan eventuele kosten kan voldoen. Verder werd onderzocht of Stichting Administratiekantoor Unius Holding en Stak, als certificaathouder en aandeelhouder van Unius, bevoegd waren een enquêteverzoek in te dienen bij Exodus en SeaVsat.
De Ondernemingskamer oordeelde dat zij niet gelijkgesteld kunnen worden met aandeelhouders van Exodus en SeaVsat omdat Unius zelf economisch eigenaar is en activiteiten verricht, en bovendien failliet is. Hierdoor zijn zij niet bevoegd tot het indienen van een enquêteverzoek. De Ondernemingskamer verklaarde hen niet-ontvankelijk en veroordeelde hen in de kosten.
De Ondernemingskamer besloot daarom tot ontslag van de instantie voor Exodus en SeaVsat en wees het verzoek van Stichting Administratiekantoor Unius Holding en Stak af, waarbij de kostenverdeling deels werd gecompenseerd.
Uitkomst: De Ondernemingskamer verleent ontslag van de instantie aan Exodus en SeaVsat en verklaart Stichting Administratiekantoor Unius Holding en Stak niet-ontvankelijk in hun enquêteverzoeken.