ECLI:NL:GHAMS:2020:2564
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof legt gerechtsdeurwaarder berisping op wegens nalatigheid bij beslag op huurtoeslag
Deze zaak betreft een klacht van een klaagster tegen een gerechtsdeurwaarder die beslag had gelegd op haar huurtoeslag. De gerechtsdeurwaarder was belast met de tenuitvoerlegging van een vonnis tot betaling van achterstallige huur. Klaagster stelde dat er een betalingsregeling liep en dat de gerechtsdeurwaarder had moeten overleggen met een eerdere beslaglegger die beslag had gelegd op haar AOW-uitkering.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht deels gegrond en legde de gerechtsdeurwaarder een waarschuwing op. De gerechtsdeurwaarder ging in hoger beroep tegen het ongegrond verklaarde deel van de klacht. Het hof toetste de klacht in volle omvang en bevestigde dat er geen betalingsregeling bestond. Wel oordeelde het hof dat de gerechtsdeurwaarder een meldingsplicht had bij raadpleging van het digitaal beslagregister (DBR) en dat hij naliet overleg te plegen met de eerste beslaglegger.
Het hof vond dat het nalaten van overleg ertoe leidde dat klaagster niet meer over de huurtoeslag kon beschikken en daardoor onder het bestaansminimum kwam. Dit was onacceptabel en rechtvaardigde een berisping. Daarnaast werd de gerechtsdeurwaarder veroordeeld tot betaling van de kosten van de behandeling van de klacht in hoger beroep ad €3.000. De eerdere maatregel van waarschuwing werd vernietigd en vervangen door een berisping.
Uitkomst: De gerechtsdeurwaarder krijgt een berisping en wordt veroordeeld tot betaling van €3.000 kosten.