ECLI:NL:GHAMS:2020:2678
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bevestigd ondanks verbeteringen moeder
In deze zaak gaat het om de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige jongen, die sinds 2017 in een pleeggezin verblijft. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van deze maatregel, stellende dat de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk is gezien haar verbeterde persoonlijke omstandigheden en betrokkenheid.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming stellen dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn. De pleegmoeder bevestigt dat het goed gaat met de minderjarige, die zich ontwikkelt en zich prettig voelt in het pleeggezin. De moeder toont echter onvoldoende betrokkenheid bij haar zoon buiten de omgangsmomenten en is slecht bereikbaar voor de gezinsvoogd.
Het hof stelt vast dat hoewel de moeder praktische verbeteringen heeft gerealiseerd, zoals het aflossen van schulden en het verkrijgen van een vaste baan, zij tekortschiet in openheid, medewerking en betrokkenheid bij haar zoon. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 29 december 2020.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 29 december 2020.