Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2005, bij zijn grootouders. De moeder oefent het gezag uit, maar vanwege een langdurig conflict tussen haar en de grootouders en de problematische situatie van de minderjarige, is deze sinds 2017 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. De moeder verzocht om beëindiging van de uithuisplaatsing, stellende dat zij de benodigde structuur kan bieden en dat de grootouders de opvoedrol belemmeren.
De gecertificeerde instelling (GI), de grootouders en de Raad voor de Kinderbescherming stelden zich op het standpunt dat verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk is. Zij wezen op het loyaliteitsconflict waarin de minderjarige verkeert, zijn gedragsproblemen, schoolverzuim en eerdere drugshandel. De minderjarige zelf gaf aan bij de grootouders te willen blijven wonen.
Het hof overwoog dat het belang van de minderjarige bij rust, structuur en duidelijkheid prevaleert. Gezien de langdurige verblijfplaats en de opvoedvaardigheden van de grootouders acht het hof verlenging van de machtiging passend. Het beroep van de moeder op het recht op gezinsleven en het kinderrechtenverdrag werd verworpen. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de grootouders wordt verlengd en het verzoek tot beëindiging afgewezen.