ECLI:NL:GHAMS:2020:2794
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na vrijspraak en onterechte verzekering
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade en kosten die hij heeft geleden en gemaakt in verband met een strafzaak waarin hij in hoger beroep is vrijgesproken. De strafzaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel. Verzoeker was op 31 juli 2017 in verzekering gesteld en op 3 augustus 2017 in vrijheid gesteld.
Het hof heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering. Hoewel de advocaat-generaal adviseerde tot afwijzing omdat verzoeker slechts het voordeel van de twijfel was gegund, overweegt het hof dat de onschuldpresumptie grenzen stelt aan deze beoordeling en dat verzoeker niet als schuldig mag worden beschouwd.
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig om verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de ondergane verzekering (€420,00), de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak (€2.337,54) en de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure (€550,00). Het totale bedrag van €3.307,54 wordt toegewezen en de beschikking is op 6 oktober 2020 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof kent verzoeker een vergoeding toe van in totaal €3.307,54 wegens onterechte verzekering en gemaakte proceskosten na vrijspraak.