ECLI:NL:GHAMS:2020:2794

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
26 oktober 2020
Zaaknummer
000449-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding na vrijspraak en onterechte verzekering

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade en kosten die hij heeft geleden en gemaakt in verband met een strafzaak waarin hij in hoger beroep is vrijgesproken. De strafzaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel. Verzoeker was op 31 juli 2017 in verzekering gesteld en op 3 augustus 2017 in vrijheid gesteld.

Het hof heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering. Hoewel de advocaat-generaal adviseerde tot afwijzing omdat verzoeker slechts het voordeel van de twijfel was gegund, overweegt het hof dat de onschuldpresumptie grenzen stelt aan deze beoordeling en dat verzoeker niet als schuldig mag worden beschouwd.

Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig om verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de ondergane verzekering (€420,00), de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak (€2.337,54) en de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure (€550,00). Het totale bedrag van €3.307,54 wordt toegewezen en de beschikking is op 6 oktober 2020 uitgesproken.

Uitkomst: Het hof kent verzoeker een vergoeding toe van in totaal €3.307,54 wegens onterechte verzekering en gemaakte proceskosten na vrijspraak.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000448-20 (530 Sv) en 000449-20 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-001729-19
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. J.M. Keizer,
[adres].

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 30 april 2020 ingekomen.
Op 23 juni 2020 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 22 september 2020 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 420,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 2.337,54;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 20 maart 2020 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 533 Sv Pro
De advocaat-generaal heeft geadviseerd tot afwijzing van het verzoek, nu de verdachte in de strafzaak in hoger beroep slechts het voordeel van de twijfel is gegund, na een aanvankelijke veroordeling in eerste aanleg.
Het hof overweegt als volgt.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De onschuldpresumptie stelt grenzen waarbinnen deze beoordeling kan plaatsvinden. Het betoog van de advocaat-generaal dat aan verzoeker als verdachte slechts het voordeel van de twijfel is gegund, wat er ook zij van de juistheid van dit betoog, blijft niet binnen deze grenzen, aangezien het de suggestie inhoudt dat verzoeker, hoewel door het hof vrijgesproken, zich wel aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt.
Appellant is op 31 juli 2017 in verzekering gesteld en op 3 augustus 2017 in vrijheid gesteld.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door verzoeker ondergane verzekering tot een bedrag van € 420,00.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 530 Sv Pro
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak tot een bedrag van € 2.337,54.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 550,00.

4.Beslissing

Het hof :
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 533 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 420,00 (vierhonderdtwintig euro).
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 2.887,54 (tweeduizend achthonderdzevenentachtig euro en vierenvijftig cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, M.M.H.P. Houben en M. van der Horst, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 6 oktober 2020.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 3.307,54 (drieduizend driehonderdzeven euro en vierenvijftig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden KKNM Advocaten o.v.v. [verzoeker].
Amsterdam, 6 oktober 2020,
mr. R.D. van Heffen, voorzitter.